Cantorij

De cantorij zingt een breed repertoire van eigentijdse kerkmuziek en verleent gemiddeld 11 maal per jaar medewerking aan erediensten in de Koepelkerk.

Ben je geïnteresseerd, kom dan vooral eens vrijblijvend kijken, luisteren of meezingen op een repetitie. Voor elke stemgroep kunnen wij versterking gebruiken. Van harte welkom!

Waar en wanneer: woensdagavond van 19.45 uur tot 22.00 uur in de Koepelkerk, Kerkeind 29 te Arkel.
Inlichtingen via: Joke Selhorst, e-mail joke@selhorst.eu of 06-42320374.

Hieronder zal regelmatig iets nieuws van/over de cantorij gepubliceerd worden.
—————————————————————————————————-

27 november 2022 om 15.00 uur in de Koepelkerk

Cantate 62 – Nun komm, der Heiden Heiland II (BWV 62)

Geschreven voor 1e Advent

Meewerkenden:

voorganger:                   Ds. Joan van Kempen
ouderling van dienst:     Jan Sterk
diaken van dienst:          Mari de Koning
orgel:                            Marcel v.d. Poel
cantorij:                        o.l.v. Michiel ter Heide m.m.v. het Barokensemble
Uitvoerenden:               sopraan: Mieke van Boxtel
                                           alt: Ellen Schoondermark
                                            bariton: Sietse van Wijgerden 
                                            tenor: Roelof Polinder

Bespreking

Het kerkelijk jaar begint met de Adventstijd, de vier zondagen omvattende periode voor Kerstmis, waarin de komst van Christus (Kerstmis) wordt afgewacht; een periode van inkeer en bezinning, want slechts door ‘s mensen zondigheid was de komst van Christus noodzakelijk geworden. In Bachs Leipzig werd gedurende deze periode dan ook geen concertante kerkmuziek gemaakt, wat de cantor gelegenheid bood zijn voorbereidingen te treffen voor de zware Kerst-twaalfdaagse, van Eerste Kerstdag tot en met Driekoningen; daarin moesten, afhankelijk van de weekdag waarop Kerstmis viel, op maximaal zeven zondagen cantates worden uitgevoerd, waarvan vijf met feestelijke allure.

Alleen op de eerste Adventszondag werd nog een cantate uitgevoerd. In het jaar van zijn koraalcantates kiest Bach voor 3 december 1724 het eerste koraal uit de Lutherse gezangbundel (die ook het kerkelijk jaar volgt): Nun komm, der Heiden Heiland. Dat lied is een omdichting door Martin Luther (1524) van een oudkerkelijke, niet-gregoriaanse hymne, geschreven door Ambrosius (339-397, bisschop van Milaan); het wordt wel beschouwd als het oudste kerstlied. De eerste regel van dit Latijnse lied, Veni redemptor gentium (‘gentium’ = ‘van de volkeren’), maakt duidelijk dat Heiden hier niet ‘heidenen’ betekent maar ‘volkeren’. Tien jaar eerder, 1714 in Weimar, schreef Bach al een cantate die dezelfde titel heeft (BWV 61) omdat het openingskoor het koraal volgt, maar deze cantate voldoet niet aan de eisen die Bach stelt aan de koraalcantates die hij in zijn tweede Leipziger seizoen componeert. In BWV 62 volgt Bach alle acht verzen van het koraal: het eerste en laatste vers letterlijk naar tekst en melodie in openings- en slotkoor, en de ´binnenverzen´ in vrije omdichtingen in aria’s en recitatieven. Bachs tekstdichter, vermoedelijk de voormalige conrector van de Thomasschule, Andreas Stübel, raadpleegde klaarblijkelijk ook Ambrosius’ origineel, dat hij soms dichter benaderde dan Luther.
De koraalmelodie is opmerkelijk symmetrisch: de eerste regel is identiek aan de vierde en laatste, de twee tussenliggende  regels zijn elkaars spiegelbeeld.

1. Koor

Nun komm, der Heiden Heiland,            Kom nu, verlosser van de volkeren,

der Jungfrauen Kind erkannt,                erkend als kind van de maagd,

des sich wundert alle Welt:                   over wie de hele wereld zich
verwondert,

Gott solch Geburt ihm bestellt.              dat God hem zo ’n geboorte heeft
bereid.

2. Aria 

Bewundert, o Menschen,                      Bewonder, o mensen, 
dies große Geheimnis:                          dit grote geheim:

der höchste Beherrscher erscheinet      de hoogste heerser verschijnt
der Welt.                                             aan de wereld.

Hier werden die Schätze des                 Hier worden de schatten van de
Himmels entdecket,                             hemel getoond,

hier wird uns ein göttliches                   hier wordt ons een goddelijk
Manna bestellt,                                    manna geschonken,

o Wunder! die Keuschheit wird             o wonder, de kuisheid wordt
gar nicht beflecket.                               totaal niet bevlekt.

3. Recitatief

So geht aus Gottes Herrlichkeit             Zo verlaat Gods eniggeboren zoon
und Thron sein eingeborner Sohn.        Gods heerlijkheid en troon.

Der Held aus Juda bricht herein,             De held uit Juda verschijnt

den Weg mit Freudigkeit zu laufen         om vreugdevol de weg te gaan

und uns Gefallne zu erkaufen.               en ons, gevallenen, los te kopen.

O heller Glanz,                                      O helder licht,
o wunderbare Segensschein!                 o wonderbaarlijke zegenglans!

4. Aria 

Streite, siege, starker Held!                   Strijd, overwin, sterke held!

Sei vor uns im Fleische kräftig.               Wees voor ons krachtig in het vlees!

Sei geschäftig,                                      Wees werkzaam

das Vermögen in uns Schwachen          om de kracht in ons zwakken

stark zu machen!                                  sterk te maken!

5. Recitatief 

Wir ehren diese Herrlichkeit                  Wij eren deze heerlijkheid

und nahen nun zu deiner Krippen          en komen nu naar uw kribbe

und preisen mit erfreuten Lippen,         en prijzen met blijde lippen

was du uns zubereit’;                            wat u ons heeft bereid;

die Dunkelheit verstört’ uns nicht          de duisternis verwarde ons niet,

und sahen dein unendlich Licht.             wij zagen uw oneindig licht.

6. Koraal

Lob sei Gott, dem Vater, ton,                Geloofd zij God de Vader,

Lob sei Gott, sein’m ein’gen Sohn,         Geloofd zij zijn enige Zoon,

Lob sei Gott, dem Heilgen Geist,            Geloofd zij God de Heilige Geest

immer und in Ewigkeit.                          altijd en tot in eeuwigheid!